Ombudsman pleit voor ruimere rol restitutiecommissie bij strijd om Koenigscollectie

08 november 2010 - De Nationale ombudsman, Alex Brenninkmeijer, komt na onderzoek tot de conclusie dat de minister van Onderwijs Cultuur en Wetenschap niet vooringenomen handelt in een conflict over de teruggave van de kunstcollectie van Koenigs door zich als eigenaar op te stellen. Op twee punten heeft de ombudsman wel kritiek op de minister. Hij stelt dat de minister onterecht de Restitutiecommissie heeft voorgeschreven hoe om te gaan met nieuwe feiten over het eigendom van de collectie. Daarnaast is de Nationale ombudsman van oordeel dat de Restitutiecommissie onderzoek moet kunnen doen naar de herkomst van het schilderij 'Herri met de Bles'. Hij beveelt de minister aan hiervoor een mogelijkheid te creƫren.

De heer F.W. Koenigs (1881-1941) had een grote kunstcollectie in zijn bezit. Deze collectie is tijdens de Tweede Wereldoorlog gedeeltelijk in handen gekomen van de nazi's en uiteindelijk na de oorlog in bezit gekomen van de Nederlandse Staat. Verzoekster maakt aanspraak op de collectie via de Restitutiecommissie, een onafhankelijke commissie die advies uitbrengt aan de minister van OCW over individuele verzoeken tot teruggave van cultuurgoederen die tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn verdwenen. Verzoekster en de Nederlandse Staat zijn het al lange tijd oneens over wie nu eigenaar is van de collectie.

Minister niet partijdig

Verzoekster heeft bij de Nationale ombudsman erover geklaagd dat de minister van OCW en de Nederlandse Staat doen alsof zij eigenaar zijn van de collectie. De Nationale ombudsman doet geen uitspraak over de eigendom van de collectie, dat is aan de rechter. Wel heeft hij onderzocht of de minister van OCW zich (als vertegenwoordiger van de Nederlandse Staat) partijdig of vooringenomen heeft gedragen. Daarvan is de Nationale ombudsman niet gebleken. De restitutiecommissie is eerder tot de conclusie gekomen dat de minister van OCW de kunstwerken niet aan verzoekster hoeft terug te geven. Door zich vervolgens als eigenaar te gedragen, handelt de minister volgens de ombudsman niet in strijd met de uitspraak van de Restitutiecommissie.

Twee kritiekpunten

De minister van OCW heeft in deze zaak veel verschillende rollen: onder meer die van regelgever, van eigenaar en van partij in procedures. Uit het onderzoek van de ombudsman is gebleken dat de minister heeft bepaald in welke procedure de Restitutiecommissie nieuwe informatie van verzoekster over de eigendom van de collectie diende te beoordelen. Dat is, zo concludeert de Nationale ombudsman, is strijd met de neutrale rol die de minister zou moeten innemen. Het is aan de commissie om te oordelen voor welke procedure de informatie relevant is, en niet aan de minister. De Nationale ombudsman stelt vast dat de minister deze gewraakte praktijk inmiddels niet meer volgt.

Een ander punt van kritiek betreft een schilderij uit de Koenigscollectie dat zich in een museum in de Verenigde Staten bevindt. Verzoekster heeft de commissie gevraagd onderzoek te doen naar de herkomst van het schilderij 'Herri met de Bles'. Formeel moet de commissie hiertoe opdracht krijgen van de minister. De minister heeft dit echter geweigerd. Vanwege de aanspraken die de Nederlandse Staat maakt op het schilderij, is het in de benadering van de minister van belang dat het schilderij zich eerst in het bezit van de Nederlandse Staat bevindt. De Nationale ombudsman is van oordeel dat het wel op de weg van de minister had gelegen om deze opdracht te verstrekken. De Restitutiecommissie is de meest voor de hand liggende instantie om het onderzoek naar de herkomst te verrichten. De ombudsman heeft de minister een aanbeveling gedaan om hierover alsnog in overleg te treden met de Restitutiecommissie.

Downloads


Lees voor

Text Size